Internationaal Strafhof

Waarom besloten staten tot de oprichting van een Internationaal Strafhof? Waarin verschilt het van andere gerechtshoven?

Waarom een Internationaal Strafhof?

Na de tweede Wereldoorlog was er wereldwijd grote verontwaardiging over de wreedheden die met name door het Nazi regime in Europa, en door de Japanse machthebbers in het verre Oosten, waren begaan. Er was een dringende vraag om de daders te bestraffen…

Zo werden er in Neurenberg en Tokio Tribunalen opgericht waar de nog levende daders werden berecht en gestraft. 

Maar vanaf 1948 werd de noodzaak van een meer permanente internationale strafrechtelijke instantie geregeld besproken, met name in de Verenigde Naties. En vooral tijdens de jaren ’80 en ’90 van de 20ste eeuw gaven de omvang en het  karakter van de wreedheden die toen plaatsvonden in vele delen van de wereld een nieuwe impuls aan de gedachte dat er zo’n instantie zou moeten worden opgericht. Zo zouden daders van misdrijven als genocide, etnische zuivering, sexuele slavernij en verminking (de amputatie van ledematen…) van niet-strijders en zelfs van kinderen, kunnen worden berecht, en zou er eindelijk een einde kunnen worden gemaakt aan de straffeloosheid die machthebbers zo vaak genieten. Mar het werd een lange weg.

Voorlopers

Wel werden in de nasleep van gebeurtenissen in het voormalige Joegoslavië en in Rwanda door de VN Veiligheidsraad speciale Tribunalen opgericht (in 1993 en 1994) voor de vervolging en berechting van individuele daders van dergelijke misdrijven.

Maar het mandaat van deze Tribunalen, die immers nà de feiten werden ingesteld, is beperkt in de tijd en in de ruimte: het gaat om misdrijven die gepleegd werden in een bepaalde periode en binnen een bepaald gebied. Hoe succesvol het werk van het Joegoslavië-Trbunaal en het Arusha Tribunaal ook was, een permanent hof, dat als algemene opdracht heeft individuen te vervolgen die zich schuldig maken aan de meest ernstige misdrijven, wreedheden en massamoorden, kan veel effectiever en efficiënter zijn.

Het kan sneller  optreden en mogelijk de omvang of de duur van het geweld kunnen beperken. Ook zou het bestaan zelf van een dergelijk hof een sterk afschrikkende werking kunnen hebben op potentiële oorlogsmisdadigers, zelfs op een staatshoofd.

Tenslotte werd op 2 juli 1998, na jarenlange voorbereidingen, in Rome een verdrag afgesloten waarbij -- voor de eerste maal in de geschiedenis -- een permanent internationaal strafhof werd opgericht. Dit Verdrag, het Statuut van het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC) , ook wel het Verdrag van Rome genoemd, trad in werking op 1 juli 2002.** Het Hof zetelt in Den Haag, Nederland.***

Welke misdrijven kan het Hof berechten?

Het Internationaal Strafhof kan optreden met betrekking tot misdrijven die binnen zijn rechtsmacht vallen zonder dat daar een speciale machtiging van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voor nodig is.

Het Hof is bevoegd om individuen te berechten (geen staten!) en ze ter verantwoording te roepen voor ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan – Genocide, Misdrijven tegen de Mensheid, Oorlogsmisdrijven en sinds 2010 ook het misdrijf van Agressie. Een veel voorkomende misvatting is dat het Hof bevoegd zou zijn om personen te berechten die ervan beschuldigd zijn dergelijke misdrijven in het verleden te hebben begaan, maar dat is niet het geval. Het Hof is alleen bevoegd voor misdrijven die zijn begaan na het in werking treden van het Statuut, dus na juli 2002.

Genocide  is in het Statuut gedefinieerd met een opsomming van verboden handelingen, zoals het doden of toebrengen van ernstig letsel met de bedoeling een nationale, etnische of godsdienstige groep, of een groep behorend tot een bepaald ras, als zodanig geheel of gedeeltelijk te vernietigen.

Onder Misdrijven tegen de Mensheid vallen misdrijven als het uitroeien van burgers, slavernij, verkrachting, gedwongen zwangerschap, vervolging van een identificeerbare groep op politieke gronden, omdat deze tot een bepaald ras of een bepaalde nationaliteit behoort, of op etnische, culturele of  godsdienstige gronden, of op grond van geslacht, en gedwongen verdwijningen, maar alleen wanneer ze onderdeel vormen van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking.
De kwalificatie "wijdverbreid of stelselmatig" in verband met misdrijven tegen de mensheid is zeer belangrijk omdat het de drempel verhoogt en een bijzondere ernst en/of omvang vereist is vooraleer een misdrijf valt onder de rechtsmacht van het Hof. Op die manier wordt er een onderscheid gemaakt met hier en daar voorkomende daden van geweld zoals verkrachting, moord, of zelfs foltering, misschien wel door soldaten in uniform begaan, maar die niet echt kunnen worden beschouwd als misdrijven tegen de mensheid.

Oorlogsmisdrijven  omvatten ernstige inbreuken op de Verdragen van Genève en andere ernstige schendingen van de wetten en gebruiken die van toepassing zijn in  een internationaal gewapend conflict en in een conflict "dat niet internationaal van aard is", indien ze worden begaan als onderdeel van een plan of beleid, of op grote schaal.

Sinds 2010 vallen ook daden van Agressie onder de bevoegdheid van het Hof: tijdens de Conferentie van Rome was men het nog niet eens over een definitie van dit misdrijf, maar in 2010 werd het Statuut van het Hof geamendeerd en een definitie van Agressie opgenomen in de tekst.

 

Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan vòòr het Hof zijn rechtsmacht kan uitoefenen, of: wanneer kan het optreden?

In het Statuut van Rome zijn zeer duidelijke voorwaarden neergelegd waaronder het Hof zijn rechtsmacht kan uitoefenen, en ook specifieke regels voor wanneer het dat kan doen. Er zijn allerlei waarborgen ingebouwd om te voorkomen dat er lichtvaardige of politiek gemotiveerde vervolgingen worden ingesteld, en er bestaat een ruime en herhaalde gelegenheid om ze aan te vechten. Als een Staat partij wordt bij het Statuut aanvaardt hij de rechtsmacht van het Hof met betrekking tot de misdrijven die in het Statuut zijn opgesomd. Het Hof heeft rechtsmacht voor situaties die voldoen aan de volgende criteria: een of meer van de betrokken partijen zijn Partij bij het Statuut; de beschuldigde is onderdaan van een Partij bij het Statuut; het misdrijf werd begaan op het grondgebied van een Partij bij het Statuut; of een Staat die geen Partij is bij het Statuut kan beslissen om de rechtsmacht van het Hof te aanvaarden voor een bepaald misdrijf dat werd begaan op zijn grondgebied of door een van zijn onderdanen. Deze voorwaarden zijn echter niet van toepassing wanneer de Veiligheidsraad, onder Hoofdstuk VII van het Handvest, een situatie doorverwijst naar de Aanklager.

De Werking

De Aanklager kan een onderzoek starten op drie verschillende manieren:

  • Ofwel verwijst een Staat die Partij is een 'situatie' naar de Aanklager;
  • ofwel verzoekt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de aanklager om een onderzoek te starten;
  • ofwel opent de Aanklager een onderzoek ‘proprio motu’ – uit eigen beweging - op basis van gegevens hem verstrekt door betrouwbare bronnen. In dit laatste geval moet de Aanklager voordien autorisatie vragen aan een ‘Kamer van Vooronderzoek’ die bestaat uit drie Rechters.

 

Het Hof telt 18 Rechters. Zij worden, voor een termijn van negen jaar, gekozen door de Staten die partij zijn bij het Statuut ven Rome, op basis van een geografische spreiding zoals die ook geldt voor verkiezingen in het VN systeem. Daarnaast bestaat er een verdeling tussen rechters die specialist zijn op het gebied van het (internationaal) strafrecht en de strafrechtelijke procedure, en specialisten in het internationaal recht, humanitair recht of oorlogsrecht. Een duidelijke aanwijzing voor het ‘dubbele’ karakter van de taak van het Hof! Sinds 2009 is de Belgsche Christine, barones Van Den Wyngaert rechter in het Hof.

Het vonnis wordt uitgesproken na uitgebreid en diepgaand onderzoek. Daarbij worden getuigen opgeroepen en bewijsmateriaal onderzocht. Hier doen zich al meteen de eerste moeilijkheden voor. Zonder medewerking van de nationale overheden is bewijsmateriaal bijna niet te verkrijgen, en aan het afleggen van getuigenissen zijn vaak enorme reisico’s verbonden voor de personen in kwestie. Het overbrengen van getuigen naar Den Haag, en hun bescherming, vormen dan ook een grote verantwoordelijkheid voor het Hof, en een belangrijke post op de begroting.

De verhouding tussen het Hof en nationale gerechtshoven

De werking van het Hof berust op het beginsel van complementariteit, wat betekent dat het Hof zijn bevoegdheid alleen kan uitoefenen als gebleken is dat de nationale rechter niet in staat of bereid is dat te doen. De eerste prioriteit gaat steeds naar de nationale gerechtshoven. Zij hebben de eerste plicht om daders  van dergelijke misdrijven te vervolgen en te berechten.  Maar er kan zich een situatie voordoen waar het justitionele stelsel van een Staat niet meer naar behoren functioneert, of waar  regeringen zelf wreedheden toelaten of eraan deelnemen, of waar de autoriteiten aarzelen een vervolging in te stellen tegen iemand in een hooggeplaatste en machtige positie…

Resultaten?

Tot nu toe werd een onderzoek ingesteld naar ‘situaties’ in negen gebieden, alle in Afrika.

Een ‘verkennend onderzoek’ is aan de gang in Afghanistan, Colombia, Nigeria, Georgia, Guinea, iraq en Oekraïne.

De eerste veroordeling werd door het Hof uitgesproken in 2012. In totaal werden slechts enkele personen schuldig bevonden en veroordeeld. Een moest worden vrijgelaten wegens ‘gebrek aan bewijs’: materiaal was verdwenen, getuigen bedreigd… Er wordt wel gezegd dat de speciale VN-Tribunalen, zoals het Joegoslavië- en het Rwanda-Tribunaal, of nieuwere Tribunalen zoals die in Libanon, Cambodja of Sierra Leone, veel meer succes boeken.

Toch is de Conclusie is dat het Hof in zijn werkzaamheden weliswaar de nodige (praktische en politieke) moeilijkheden ondervindt, maar dat het zijn rol vasthoudend en gestaag uitbouwt.

 

Bronnen

- Website van het Hof: https://www.icc-cpi.int

- UN Department of Public Information:  http://www.un.org/law/icc

Noten

* Het Internationaal Strafhof maakt geen onderdeel uit van het VN-Systeem. Er is wel een samenwerkingsakkoord met de Verenigde Naties. Ook kan de VN-Veiligheidsraad een bepaalde situatie verwijzen naar het Hof.

** Er zijn 123 Staten partij bij het Statuut (niet: de VS, Rusland, Israel…). Daarnaast hebben Palestina en Oekraïne een verklaring afgelegd waarbij zij de rechtsmacht van het Hof erkennen voor gebeurtenissen binnen hun grondgebied.

***Het Internationaal Strafhof wordt vaak verward met het Internationaal Gerechtshof. Het gaat echter om twee verschillende instanties. Het Internationaal Gerechtshof is een van de Hoofdorganen van de Verenigde Naties; het heeft tot taak geschillen tussen Staten op te lossen en oordeelt niet over (daden van) personen. Het Internationaal Gerechtshof zetelt ook in Den Haag.

Leerplandoelen Lager onderwijs – Wereldoriëntatie

Politieke en juridische verschijnselen

De leerlingen

4.13

kunnen het belang illustreren van de fundamentele Rechten van de Mens en de Rechten van het Kind. Ze zien daarbij in dat de rechten en plichten complementair zijn.

4.15

kunnen illustreren op welke wijze internationale organisaties ernaar streven om het welzijn en/of de vrede in de wereld te bevorderen.

 

VOET Secundair onderwijs

Context 5: Politiek-juridische samenleving

De leerlingen:

5

tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid;

6

erkennen de rol van controle en evenwicht tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in ons democratisch bestel;

9

toetsen het samenleven in ons democratisch bestel aan het samenleven onder andere  regeringsvormen;

12

tonen het belang aan van internationale organisaties en instellingen.

 

Relevante websites