Inclusie

Of: is iedereen welkom in onze samenleving?

Inclusie slaat op de insluiting in de samenleving van bijzondere groepen, op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. In tegenstelling tot integratie ligt bij inclusie de klemtoon op de maatschappij die zich moet aanpassen en diversiteit als een meerwaarde moet zien. Voor deze bijdrage wordt inclusie behandeld vanuit de doelgroep “personen met een handicap”, waarvoor een apart verdrag bestaat van de Verenigde Naties.

 

Handicap en de Verenigde Naties

Al tijdens de jaren ’70 werden de mensenrechten van personen met een handicap expliciet erkend door de Verenigde Naties in twee verklaringen. Deze verklaringen waren echter gebaseerd op verouderde medische en maatschappelijke visies op handicap. Begin jaren ’90 werd dan de nadruk gelegd op gelijke kansen van mensen met een handicap, met aandacht voor zelfstandigheid en zelfbeschikking. Geen enkele van deze teksten was echter bindend. Pas met het Verdrag van 13 december 2006 inzake de Rechten van Personen met een Handicap” (CRPD) hebben de Verenigde Naties een specifiek verdrag goedgekeurd dat expliciet en op afdwingbare wijze de rechten van personen met een handicap beschouwt.

Een apart Verdrag voor mensen met een handicap?

Het CRPD creëert op zich geen “nieuwe” rechten voor mensen met een handicap. Men had echter vastgesteld dat de fundamentele rechten zoals deze vastgelegd werden in eerdere verdragen en in het bijzonder in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 voor mensen met een handicap al te vaak rechten op papier bleven. Te veel obstakels leiden er immers toe dat de mensenrechten van personen met een handicap miskend of verwaarloosd worden. Actie was dus nodig om deze rechten toepassing te doen krijgen in het leven van alledag en om die obstakels weg te werken.

Baanbrekend verdrag

Het CRPD is baanbrekend op verschillende punten.

Zo is er sprake van een echte “paradigmaverschuiving”: gedaan met de medische benadering van handicap, waarbij men probeert de “beperking te herstellen”, en op naar de sociale benadering, waarbij de nadruk gelegd wordt op de persoon: niet de handicap ligt aan de oorzaak van problemen, wel de onaangepastheid van de maatschappij aan die handicap.

Bijzonder is ook de grote rol die het maatschappelijk middenveld gespeeld heeft bij de totstandkoming van het CRPD en nog speelt in de uitvoering ervan.

Tot slot is het CRPD het eerste mensenrechtenverdrag waarin een specifieke bepaling staat over de structuren die de Staten moeten oprichten om ervoor te zorgen dat de verschillende bepalingen en verplichtingen van het CPRD daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Naar een nieuw maatschappijbeeld

Het CRPD verplicht de staten om personen met een handicap in staat te stellen de maximaal mogelijke onafhankelijkheid, fysieke, mentale, sociale en beroepsmatige vaardigheden te verwerven en om hen volledig op te nemen in en te laten participeren aan alle aspecten van het leven. Verschillende domeinen zijn hierbij betrokken: onderwijs, tewerkstelling, vrije tijd, …

Inclusie is maar mogelijk wanneer de persoon met een handicap zelf keuzes kan maken en zelf controle over zijn leven kan uitoefenen. Daarvoor moeten er voldoende ondersteuningsmogelijkheden zijn. Ook toegankelijkheid en het voorzien van redelijke aanpassingen zijn sleutelbegrippen om die inclusie waar te maken.

 

 

De dansgroep Heidi Latsky (New York) treedt op in de Lobby van de Verenigde Naties te New York. De dans is onderdeel van een aantal evenementen die de “Internationale Dag voor personen met een Handicap” markeren.  Het optreden is een bewegende ‘installatie’ van een  25-tal dansers die samen een bewegende galerij uitbeelden. De installatie toont verschillende lichamen in witte kleding (symbool voor alle kleuren van de regenboog en een metafoor voor inclusie). 3 december 2015.

UN Photo – Amanda Voisard.

 

Wie controleert de naleving van de verplichtingen van het CRPD?

Op nationaal vlak gebeurt de monitoring door de “focal points” (overheidsinstanties die aangeduid worden om te zorgen voor de uitvoering van de bepalingen van het Verdrag), het “onafhankelijk mechanisme” (dit staat in voor de bevordering, bescherming en opvolging van het Verdrag) en het maatschappelijk middenveld.

Op internationaal vlak gebeurt de monitoring door de “Conferentie van Verdragsluitende Partijen” (jaarlijkse conferentie voor alle staten die het CRPD getekend hebben) en het “Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap” (een groep internationale experts, gekozen wegens hun handicapkennis). Wanneer ook het “Optioneel Protocol” ondertekend werd, kan het Comité zich uitspreken over individuele klachten over schendingen van de bepalingen van het CRPD.

Rapportage over de voortgang van de implementatie van het CRPD

Belangrijke indicator over de voortgang van de implementatie van het CRPD, zijn de rapporten van de staten. Zoals bij andere mensenrechtenverdragen, hebben de staten die het verdrag geratificeerd hebben, immers een rapportageverplichting:

  • Zij moeten binnen twee jaar na de ratificatie een uitgebreid rapport indienen bij het Comitéover de maatregelen die genomen werden om de verplichtingen van het CRPD na te komen en over de vooruitgang die werd geboekt.
  • Daarna wordt, ten minste eenmaal per vier jaar, een vervolgrapport uitgebracht. Dit rapport moet dan vooral ingaan op de opvolging van de aanbevelingen van het Comité en op belangrijke evoluties die zich voorgedaan hebben sinds het voorgaande rapport. 

Onderzoek van de rapporten

Het onderzoek gebeurt in drie fasen:

  • Eerst wordt een “List of Issues (LOI)” opgesteld door de leden van het Comité, een lijst van vragen die de leden zich stellen aan de hand van een eerste lezing van het verslag en van de alternatieve rapporten die door het maatschappelijk middenveld en het onafhankelijk mechanisme werden ingediend (deze worden trouwens gehoord door het Comité).
  • Vervolgens vindt een “constructieve dialoog” plaats, tussen de leden van het Comité en een delegatie van de betrokken staat.
  • Dit onderzoeksproces wordt afgesloten met “Concluding observations” waarin het Comité opmerkingen maakt over de wijze van implementatie van het CRPD in de betrokken Staat en aanbevelingen doet voor een betere opvolging ervan.

En hoe zit het in België?

België heeft het CRPD getekend op 30 maart 2007 en geratificeerd op 2 juli 2009. Zowel de federale overheid als de verschillende deelstaten hebben een “focal point” aangeduid. De FOD Sociale Zekerheid werd aangesteld als coördinatiemechanisme. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum werd aangeduid als onafhankelijk mechanisme  en het maatschappelijk middenveld wordt in hoofdzaak betrokken via de adviesorganen die er in de verschillende beleidsniveaus bestaan.

 

Het eerste Belgische rapport werd neergelegd in juli 2011 en de constructieve dialoog met het VN-Comité vond plaats op 18 en 19 september 2014 en resulteerde in een aantal aanbevelingen. Ook daarin komt de noodzaak aan inclusie duidelijk naar voor. Zo toont het VN-Comité zich zeer kritisch over de organisatie van zorg, onderwijs en tewerkstelling van personen met een handicap: kinderen lopen nog te veel school in het buitengewoon onderwijs, er wordt niet voldoende werk gemaakt van een de-institutionaliseringsbeleid en personen met een handicap komen nog al te weinig terecht op de reguliere arbeidsmarkt.

Met dank aan  Greet van Gool, expert.

 

Relevante links naar VN

Verklaring van de rechten van personen met een verstandelijke beperking van 20 december 1971:

http://www.ohchr.org/Documents/ProfessionalInterest/res2856.pdf

Verklaring van de rechten van personen met een handicap van 9 december 1975: http://www.ohchr.org/Documents/ProfessionalInterest/res3447.pdf

Beginselen voor de bescherming van geesteszieken en de verbetering van de geestelijke gezondheidszorg van 17 december 1991: http://www.un.org/documents/ga/res/46/a46r119.htm

Standaardregels voor gelijke kansen voor personen met een handicap van 20 december 1993:

http://www.un.org/esa/socdev/enable/dissre00.htm

Informatie over het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap op de website van de Verenigde Naties:

https://www.un.org/development/desa/disabilities/convention-on-the-rights-of-persons-with-disabilities.html

 

Relevante links naar andere organisaties of instellingen

Informatie over het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap op de website van de FOD Sociale Zekerheid:

http://socialsecurity.belgium.be/nl/verdrag-van-de-verenigde-naties-inzake-rechten-van-personen-met-een-handicap

Informatie over het verdrag inzake de rechten van personen met een handicap op de website van het Interfederaal Gelijkekansencentrum:

http://www.diversiteit.be/vn-verdrag-handicap

Website van het Belgian Disability Forum: http://bdf.belgium.be/

Website van Gelijke Kansen in Vlaanderen: http://www.gelijkekansen.be/

Website van GRIP vzw, Gelijke Rechten voor Iedere Persoon
met een handicap: http://www.gripvzw.be/

 

Leerplandoelen Lager onderwijs – Wereldoriëntatie

Gezondheid

De leerlingen

1.18

weten dat bepaalde ziekteverschijnselen en handicaps niet altijd kunnen worden vermeden.

 

Sociaal-culturele verschijnselen

De leerlingen

4.9

kunnen voorbeelden geven van mogelijkheden die in onze samenleving bestaan voor de zorg en opvang van bejaarden en mensen met een handicap;

4.10

weten dat ze in het contact met mensen met een handicap attent moeten zijn voor de noden en verwachtingen van deze mensen.

 

Ruimtebeleving

De leerlingen

6.6

kunnen suggesties geven voor het inrichten van hun eigen omgeving.

 

 

VOET Secundair Onderwijs

 

Context 5: Politiek-juridische samenleving

De leerlingen:

1      

geven aan hoe zij kunnen deelnemen aan besluitvorming in en opbouw van de    samenleving;

2      

passen inspraak, participatie en besluitvorming toe in reële schoolse situaties;

3      

tonen het belang en dynamisch karakter aan van mensen- en kinderrechten;

4      

zetten zich actief en opbouwend in voor de eigen rechten en die van anderen;

5      

tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid.

 

Context 7: Socioculturele samenleving

De leerlingen:

2

gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen;

3

illustreren het belang van sociale samenhang en solidariteit.

 

Videomateriaal

 

Official UN Video