Internationale Ontwikkeling

Bij de oprichting van de Verenigde Naties in 1945, vlak na een vreselijke oorlog, stonden vanzelfsprekend vrede en veiligheid in de wereld centraal. Maar dat was niet alles. Mensenrechten, vrijheid en gelijke kansen, welvaart en sociale vooruitgang waren ook zeer aanwezig in de gedachten van de stichtende leden.

Het verband is duidelijk: het is moeilijk om stabiele en vreedzame samenlevingen op te bouwen als er onrecht en armoede bestaat. De Verenigde Naties werden daarom ook opgedragen om ontwikkeling te bevorderen en de levensomstandigheden van de armere bevolkingsgroepen te verbeteren.

Maar wat is dat precies, “ontwikkeling”? En hoe bereik je die? En kan de VN daar wel een rol van betekenis in spelen?

De VN doet wat ze kan, en dat is indrukwekkend. Bijna 100 miljoen hongerige mensen krijgen voedselhulp van de VN. Meer dan de helft van de kinderen in de wereld wordt gevaccineerd dankzij de VN. Tientallen miljoenen vluchtelingen worden opgevangen en bijgestaan. Elk jaar helpt de VN in vijftig landen vrije verkiezingen te houden. De VN bemiddelt bij conflicten, stuurt vredeshandhavers, stelt internationale verdragen op en controleert de naleving ervan. Kortom en zonder overdrijving: de VN redt miljoenen mensenlevens.

Maar opnieuw, is dit “ontwikkeling”? Dat is een vraag waar geen eenvoudig antwoord voor is. Die vraag nu stellen is trouwens niet meer hetzelfde als in 1945. Toen waren heel wat landen nog een kolonie, en dus niet eens een volwaardig lid van de VN. Na de tweede wereldoorlog volgde al snel een lange periode van spanning tussen de twee grote politieke en militaire machten, en hulp aan de “derde wereld” (de ontwikkelingslanden) werd daar vaak aan ondergeschikt gemaakt. Daarna volgde een tijd waar een rechtlijnige opdeling tussen het “Noorden” (de rijke landen) en het “Zuiden” (de arme landen) de basis vormde voor solidariteit en hulpverlening. Vandaag is het plaatje meer verscheiden. We beseffen dat ontwikkeling niet automatisch bereikt wordt door overdracht van kennis en financiële steun. Niet alleen moet ontwikkelingslanden zelf een goed beleid voeren, andere factoren zoals internationale investeringen, handel of migratie zijn in veel gevallen belangrijker dan hulp. Bovendien hebben niet alle ontwikkelingslanden dezelfde problemen, en ze zijn ook niet langer allemaal even arm. Sommige ontwikkelingslanden zijn dat intussen niet meer, of zijn goed op weg het etiket “ontwikkelingsland” van zich af te gooien. En dan is er nog een factor die meer en meer aandacht krijgt: het milieu. Als het niet goed gaat met onze planeet, is “ontwikkeling”, in Noord zowel als in Zuid, maar een relatief begrip. En de knipperlichten staan op oranje. Denk maar aan de dagelijkse berichten over ontbossing, luchtvervuiling, klimaatverandering en smeltend poolijs, vieze rivieren en oceanen, uitstervende diersoorten, plastic rommel, overbevolking, nieuwe ziekten die ontstaan. Niet al die verhalen zijn juist, en paniek moet vermeden worden. Maar de boodschap is klaar: ontwikkeling moet duurzaam zijn.

Wat is duurzaamheid? Duurzame ontwikkeling kijkt naar de langere termijn. Ze pleit ervoor dat we vandaag niet de aarde uitputten en vervuilen, en de grondstoffen opgebruiken die onze kinderen en kleinkinderen ook nodig zullen hebben. En daar wringt het schoentje. Volgens de VN-schattingen (ook statistiek is een domein waar de VN van onschatbare waarde zijn) zullen we aan het eind van deze eeuw met 10 miljard mensen zijn. Uiteraard willen we graag dat die allemaal een goed leven hebben, gezond zijn, vrij kunnen rondreizen, toegang hebben tot allerlei goederen. De harde waarheid is dat zoiets niet mogelijk is als we op dezelfde manier blijven leven en consumeren. We zullen veel meer moeten inzetten op hernieuwbare energie, recyclage van afval, en in het algemeen een levensstijl moeten aannemen die de natuurlijke grenzen niet overschrijdt. Niet eenvoudig. Vooral niet wanneer er nog een paar miljard mensen zijn die terecht vinden dat zij nog niet een rechtvaardig deel van de koek krijgen.

In het jaar 2000 is binnen de VN een ambitieuze agenda voor ontwikkeling aangenomen. Alle landen beloofden om tegen 2015 acht grote doelstellingen (de zogenaamde “millennium doelstellingen” of MDGs) na te streven. Binnen die overkoepelende doelstellingen waren concrete resultaten vooropgesteld die moesten bereikt worden, bijvoorbeeld op het vlak van de vermindering van kindersterfte. Op het einde van rit is gebleken dat de acht MDGs voor een goed deel waren bereikt, maar dat er grote verschillen waren tussen de landen. Een nieuw begrip maakte zijn opwachting: ongelijkheid. Heel wat landen konden uitpakken met prima resultaten, maar tegelijk bleek ook dat de vooruitgang niet gelijkmatig verdeeld was, en dat dus niet iedereen ervan profiteerde. Om het wat simpel uit te drukken: de rijken werden rijker, de armen bleven arm.

Een herder in Tarialan, Uvs provincie, Mongolië. Het United Nations Development Programme (UNDP) ondersteunt  plaatselijke Mongoolse herders. Met succes want veel onder hen ontwikkelen ondertussen duurzame praktijken voor water, bos en weilanden.

In 2015 zijn in de VN de opvolgers van de MDGs aangenomen, de “duurzame ontwikkelingsdoelstellingen” of SDGs), die lopen tot 2030. Er zijn twee grote verschillen met de MDGs. Eén, de vruchten van ontwikkeling moeten met iedereen gedeeld worden. De nieuwe slogan is: “leave no-one behind”. Twee, in de MDGs waren milieubekommernissen maar heel bescheiden aanwezig. Nu is duurzaamheid door de hele agenda geweven. Dit alles heeft wel zijn prijs: in plaats van acht doelstellingen zijn er nu zeventien, met niet minder dan 169 (!) concrete resultaatgebieden. En o ja, er is nog een derde groot verschil. MDGs waren doelstellingen voor ontwikkelingslanden, en rijke landen zouden hun duit in het zakje doen door meer hulp te geven. De SDGs zijn er voor iedereen. Elk land zal ze op zijn manier invullen. Maar elk land zal een inspanning moeten doen, ook wij.

En de VN in dit alles? De rol van de VN is tweevoudig. Ten eerste is zij de waakhond van de SDGs. Zij moet in de gaten houden dat alle landen hun deel doen en dat de lasten rechtvaardig verdeeld worden. Zij moet ook de arme landen bijstaan om de SDGs (die globale doelstellingen zijn) om te zetten in nationale plannen en maatregelen. Ten tweede moet de VN de arme landen bijstaan om de SDGs ook echt in de praktijk te brengen. Binnen de VN zijn meer dan twintig gespecialiseerde organisaties hiermee bezig. Sommige zijn bekend, zoals het kinderfonds UNICEF of de vluchtelingenorganisatie UNHCR, andere minder, maar samen genomen vormen zij een ongelooflijk instrument om bij te dragen tot het ideaal dat in 1945 aan de wieg van de Verenigde Naties stond: een betere wereld voor iedereen.

Met dank aan Guy Rayée – Belgische vertegenwoordiging bij de VN, New York

 

Ontwikkelingsdoelen Lager Onderwijs – Wereldoriëntatie

4. Wereldorientatie - Maatschappij

Sociaal-economische verschijnselen

De leerlingen

4.4

 

kunnen illustreren dat welvaart zowel over de verschillende landen in de wereld als in België ongelijk verdeeld is.

De leerlingen

4.8

kunnen illustreren dat verschillende sociale en culturele groepen verschillende waarden en normen bezitten.

De leerlingen

4.13

kunnen het belang illustreren van de fundamentele Rechten van de Mens en de Rechten van het Kind. Ze zien daarbij in dat de rechten en plichten complementair zijn.

4.15

kunnen illustreren op welke wijze internationale organisaties ernaar streven om het welzijn en/of de vrede in de wereld te bevorderen.

 

VOET Secundair onderwijs

De leerlingen ….

Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

4

zoeken naar duurzame oplossingen om de lokale en globale leefomgeving te beïnvloeden en te verbeteren.

Context 5: Politiek-juridische samenleving

1

geven aan hoe zij kunnen deelnemen aan besluitvorming in en opbouw van de samenleving;

4

zetten zich actief en opbouwend in voor de eigen rechten en die van anderen;

12

tonen het belang aan van internationale organisaties en instellingen;

13

geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.

 

Context 6: Socio-economische samenleving

2

toetsen de eigen opvatting aan de verschillende opvattingen over welzijn en verdeling van            welvaart;

3

zetten zich in voor de verbetering van het welzijn en de welvaart in de wereld;

6

geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden;

8

geven kenmerken, mogelijke oorzaken en gevolgen van armoede aan;

9

lichten de rol toe van ondernemingen, werkgevers- en werknemersorganisaties in een nationale    en internationale context.

 

Context 7: Socioculturele samenleving

2

gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen;

3

illustreren het belang van sociale samenhang en solidariteit.

 

INTERESSANTE LINKS

Websites Verenigde Naties

http://www.undp.org/

http://www.un.org/en/globalissues/development/

http://www.un.org/en/sections/what-we-do/promote-sustainable-development/

http://www.un.org/en/development/other/overview.shtml

 

Videomateriaal

 
Official UN Video