Wereldhandels- organisatie (WHO)

De Wereldhandelsorganisatie (WHO) is de enige mondiale organisatie welke gaat over de handelsregels tussen Staten.

De kern van de Wereldhandelsorganisatie wordt gevormd door de verschillende handelsovereenkomsten welke onderhandeld zijn door en overeengekomen zijn tussen landen die zijn aangesloten bij de WHO, ook wel Leden genoemd. Het doel van de WHO is het faciliteren van vrije handel tussen landen door middel van het verlagen van tarieven die aan de grens geheven worden, het wegnemen van discriminerende wetgeving tussen Leden onderling en het wegnemen van andere handelsbarrières.

Oorsprong

Voor de Tweede Wereldoorlog werd de internationale handel voornamelijk gedicteerd door economische grootmachten, eerst het Verenigd Koninkrijk en later de Verenigde Staten. Hierdoor ontsond er een situatie van grote economische ongelijkheid tussen Staten. Het wordt algemeen aangenomen dat deze ongelijke situatie en de economische instabiliteit die dit tot gevolg had één van de oorzaken was van Tweede Wereldoorlog. Aan het einde van de oorlog werd, naast de oprichting van de Verenigde Naties, in Juli 1944 begonnen met een conferentie welke tot doel had economische stabiliteit in de wereld te waarborgen. Deze Verenigde Naties Monetaire en Financiële Conferentie, beter bekend als de Bretton Woods Conferentie, leidde uiteindelijk tot de oprichting van het Internationaal Monetair Fonds, de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD, ook wel de Wereldbank) en een multilateraal verdrag de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (de GATT 1947). Oorspronkelijk was het doel om ook een internationale organisatie op te richten voor de wereldhandel, wat als een speciaal agentschap van de VN zou opereren. Maar hier bleek uiteindelijk onvoldoende politieke steun voor. Het doel van de GATT 1947 was het bevorderen van een stabiel en voorspelbare wereldhandel door middel van het tegengaan van discriminatie en het geleidelijk liberaliseren van de wereldhandel.

De Vroege Ontwikkeling van de GATT 1947

De GATT 1947 legde een heel aantal zaken vast. Eén van de belangrijkste afspraken in het verdrag dat de Contractspartijen (omdat de GATT 1947 een verdrag was heetten de deelnemende Staten geen Leden maar contractspartijen) geleidelijk de importtarieven die geheven werden aan de grens zouden verlagen. Ook werden er afspraken gemaakt over binnenlandse regelgeving die internationale handel konden beperken; zoals quota’s, of speciale wetten die alleen voor buitenlanders zouden gelden.

De eerste ontmoeting tussen de vertegenwoordigers van de deelnemende lidstaten bij het Gatt (1947). (c) UN Photo

Lang was de GATT1947 het enige verdrag waarop Staten zich konden beroepen om een handelsgeschil te beslechten. Binnen dit verdrag was namelijk een clausule opgenomen waarin in internationale geschillenbeslechting werd voorzien. Dit lijkt op rechtspraak, maar dan zonder vaste rechters (zoals we in een nationale rechtbank gewoon zijn). De arbiters werden aangesteld door de contractspartijen, waarna zij een aanbeveling deden omtrent het handelsgeschil. Alle aangesloten landen moesten vervolgens toestemming geven de aanbeveling van het panel te implementeren, er moest consensus zijn. Dat wil zeggen: ook het land wat het geschil verloren had moest instemmen. Je kunt je wel voorstellen dat dit niet vaak gebeurde wat het goed functioneren van de GATT 1947 heel lastig maakte.

Pogingen om de GATT 1947 verder te ontwikkelen, mede doordat er door dekolonisatie veel meer landen zich aangesloten hadden. De nieuw zelfstandige landen waren vaak economisch minder ontwikkeld dan de al aangesloten landen. Dit verschil in economische ontwikkeling zorgde ervoor dat de belangen van landen vaak uiteen liepen waardoor onderhandelingen soms moeizaam verliepen.

Een andere ontwikkeling, naast de stroef verlopende samenwerking tussen de landen aangesloten bij de GATT 1947, zette het internationale handelssysteem in zijn toenmalige vorm onder druk. Er ontstond steeds meer kritiek van Non-Gouvernementele Organisaties (NGOs), vakbonden en andere betrokken personen op de werking van de GATT 1947. De regels zouden onvoldoende rekening houden met bijvoorbeeld de bescherming van het milieu en arbeidsrechten en teveel macht geven aan grote, internationale bedrijven.


De Wereldhandelsorganisatie

Al deze ontwikkelingen leidde ertoe dat tijdens nieuwe onderhandelingen in Uruguay Ronde er besloten werd tot de oprichting van een internationale handelsorganisatie. Dit was een zeer bijzonder moment: immers, in 1948 was het landen niet gelukt om tot een akkoord te komen over een dergelijke organisatie maar in 1995 kwam het er dan toch van. Niet alleen was er nu een officiële internationale organisatie voor de wereldhandel, ook het mandaat van de organisatie verschilde van haar voorloper de GATT 1947. Er werden verschillende nieuwe verdragen toegevoegd die meer gedetailleerde regels vastlegden voor bijvoorbeeld de handel in dieren en planten, de handel in diensten enzovoort. Ook werd er meer nadruk gelegd op duurzame ontwikkeling en de bestrijding van armoede. Er werd een Secretariaat opgericht welke verantwoordelijk werd voor het faciliteren van contact tussen Leden. Eén van de belangrijkste aanpassingen was dat de consensus die nodig was voordat beslissingen van het gecshillenbeslechtingssysteem aangenomen konden worden, omgekeerd was. Met de oprichting van de WHO werd besloten dat beslissingen hoe dan ook aangenomen werden, ténzij alle Leden gezamelijk het erover eens waren dat de beslissing niet aangenomen moest worden (dus ook de winnende partij). Dit zorgde ervoor dat er meer gelijkheid tussen de Leden kwam omdat ook economisch minder sterke Leden hun rechten konden verdedigen.

Inmiddels bestaat de WHO al twintig jaar en hebben 161 Leden zich aangesloten bij de organisatie. Door toenemende globalisering, nieuwe technologische ontwikkelingen en de opkomst van nieuwe grote economieën zoals China en Brazilië heeft er een evolutie plaatsgevonden in de kwesties waar de WHO zich op richt. De belangrijkste ondewerpen die nu besproken worden zijn hervormingen van  landbouwsubsidies en het verbeteren van de positie van ontwikkelingslanden in de wereldhandel. Een andere uitdaging waar de WHO en haar Leden nu voor staan is het omgaan het groeiend aantal bilaterale of plurilaterale Vrijhandelsakkoorden, welke de relevantie van het multilaterale handelssysteem onder druk kunnen zetten.

Met dank aan Marieke Koekkoek, Leuven Centre for Global Governance Studies, Department Member


Leerplandoelen Lager onderwijs – Wereldoriëntatie

Sociaal-economische verschijnselen

De leerlingen

4.4

kunnen illustreren dat welvaart zowel over de verschillende landen in de wereld als in België ongelijk verdeeld is.

Politieke en juridische verschijnselen

De leerlingen

4.15

kunnen illustreren op welke wijze internationale organisaties ernaar streven om het welzijn en/of de vrede in de wereld te bevorderen.

 

VOET Secundair onderwijs

De leerlingen ….

Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

2

herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en  ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

Context 5: Politiek-juridische samenleving

12

tonen het belang aan van internationale organisaties en instellingen;

13

geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en        conflicten inhoudt.

 

Context 6: Socio-economische samenleving

3

zetten zich in voor de verbetering van het welzijn en de welvaart in de wereld;

5

geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten;

6

geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden;

8

geven kenmerken, mogelijke oorzaken en gevolgen van armoede aan.

Context 7: Socioculturele samenleving

7

illustreren het belang van sociale samenhang en solidariteit.

 

Relevante links naar de WHO

 

Relevante links naar andere organisaties of instellingen

 

Videomateriaal

 

Official WTO video