Arbeid

Aan het thema Arbeid zijn een groot aantal aspecten verbonden.

Voor de overweldigende meerderheid van de wereldbevolking is arbeid het enige of voornaamste middel tot levensonderhoud. Arbeid is echter niet alleen op individueel vlak van essentieel belang.  Voor de voornaamste pijlers van onze maatschappij, zoals we die nu kennen, is arbeid de bron en de basis van vooruitgang. Het verrichten en de vruchten van arbeid zorgen o.m. voor :

* inkomen en materiële welvaart voor individu en gezin

* sociale ontplooiing en emancipatie

* het functioneren van de economie

* het functioneren van de Staat en openbare diensten (o.m. via belastingsinkomsten)

 

Aan het thema arbeid zijn een groot aantal dimensies en aspecten verbonden. Enkele van de voornaamste kunnen als volgt worden samengevat.

 

Arbeid en de sociale status.

Het belang van arbeid voor het individu ligt niet alleen in het verzekeren van een inkomen. Hij is ook een cruciale bron van sociale ontwikkeling; voor het opbouwen van zelfbewustzijn en van een gevoel van eigenwaarde.

 

Arbeid, democratie en mensenrechten.

Waardig werk kan slechts openbloeien in een kader waarin burgerrechten; individuele vrijheden en democratisch beheer gerespecteerd worden (Hitler gebruikte arbeid optimaal voor het verwerven van totalitaire macht). Vrijheid tot vereniging (van werknemers en werkgevers) is hierbij van bijzonder belang om goede arbeidsvoorwaarden; rechten en productiviteit te bevorderen. Rechten van werknemers worden in vele landen nog veelvuldig geschonden (dwangarbeid; mensenhandel; schending van vakbondsvrijheid; gebrekkige toepassing van de arbeidswetgeving; enz.).

 

Arbeidswetgeving.

Arbeidswetgeving heeft verschillende luiken (nationaal; regionaal; Europees; internationaal) die mekaar aanvullen.  De taak van deze regelingen is in de eerste plaats het beschermen van de arbeid (en werknemers) alsmede een kader vastleggen om het proces van arbeidsrelaties in goede banen te leiden. Belangrijke factoren in al deze wetgevingen zijn ondermeer het vrijwaren van het principe van gelijke kansen (en gelijke voorwaarden) en het voorkomen van allerlei vormen van uitbuiting, misbruik en onwaardig werk.  In recente jaren is de arbeidswetgeving wereldwijd en stapsgewijs hervormd in functie van de mondialisering van de wereldeconomie.  Terwijl een modernisering van economische en sociale factoren noodzakelijk is, hebben deze hervormingen in vele gevallen geleid tot het terugschroeven van een aantal werkvoorwaarden en rechten.

 

Arbeid en sociale bescherming.

Sociale bescherming – in Europa beter gekend in de vorm van sociale zekerheid – moet ertoe dienen om arbeiders die tijdelijk werkloos of werkonbekwaam zijn een minimuminkomen te verstrekken om in hun levensonderhoud te blijven voorzien.  Dit moet niet alleen de armoede, extreme ongelijkheid en sociale uitsluiting onder een gedeelte van de bevolking voorkomen.  Het zorgt er ook voor dat deze bevolkingsgroep kan blijven bijdragen tot de economische activiteit en maatschappelijke ontwikkeling.

 

Arbeid en technologie.

De Amerikaanse economist en Nobel Prijswinnaar Wassily Leontief voorspeldde in 1983 dat binnen afzienbare tijd werknemers grotendeels door machines zullen vervangen worden, net zoals vroeger de tractor het paard heeft vervangen.  Of het zo’n vaart zal lopen valt sterk te betwijfelen.  Bij het invoeren van machines in het productieproces in het verleden gingen weliswaar telkens jobs verloren, maar nieuwe jobs kwamen steeds in de plaats. Routinewerk wordt meer en meer vervangen door machines en computers, terwijl creatief en gespecialiseerd werk alsmede jobs in de dienstensectoren toenemen.

Automatisering heeft dus veeleer de aard van de arbeid hervormd, eerder dan tewerkstelling  vernietigd. Toch moet erop gelet worden dat technologie niet alleen de economie, maar de ganse gemeenschap baat bijbrengt, vooral nu de « digitale revolutie » een ongeëvenaarde dimensie aan de problematiek dreigt toe te voegen.

 

Arbeid en onderwijs.

Onderwijs en opleiding zijn niet alleen essentieel voor de algemene vorming van de mens.  Zij moeten ook een degelijke basis verstrekken voor de latere beroepsactiviteit.  Zij dienen niet alleen kwalitatief aan de nodige eisen te voldoen, maar moeten tevens gericht zijn op het bouwen van capaciteiten voor beroepen met reële toekomstmogelijkheden; het verschaffen van kennissen en vaardigheden die in de praktijk noodzakelijk zijn voor de economie, het bedrijfsleven en de dienstverlening.  De overgang van school naar werk verdient in dit kader de grootste aandacht.

Onderwijs en opleiding moeten dus proactief zijn.  De behoefte aan ‘kunnen en weten’ wijzigt aan een razend tempo.  In de huidige maatschappij, waarin informatie overvloedig beschikbaar is, is het belangrijk om naast het opbouwen van een geheugencapaciteit door het onderwijs het accent te leggen op het verstrekken van een sterke analytische en creatieve capaciteit.

 

Vormen van arbeid en tewerkstelling.

De mondialisering van de wereldeconomie heeft enorme verschuivingen in de productie- en consumptiepatronen teweeggebracht, met massale mutaties op de internationale arbeidsmarkt tot gevolg.  Industriële productie is nu voornamelijk verschoven naar lage loonlanden met een grote informele economie, waar precaire arbeidsvormen en voorwaarden overheersen. De concurrentieslag tussen landen en bedrijven om zich een deel van de wereldhandel toe te eigenen hebben verder grote druk gezet op tewerkstelling, arbeidsvoorwaarden en rechten. Ook in de westerse industrielanden bestaat er een aanzienlijke trend om kosten van arbeid te drukken en om arbeid in vaste loondienst te vervangen door andere formules waarbij de klassieke werkverbintenissen en voorwaarden niet of slechts gedeeltelijk van toepassing zijn. 

Het systeem van de (internationale) productie- en bevoorradingsketen - waarbij zelfs de grootste bedrijven belangrijke delen van hun productie uitbesteden aan allerlei onderaannemers - alsmede gewijzigde bedrijfsstructuren, met o.m. geografische scheiding van productie en marketing, hebben eveneens grote verschillen in de arbeidsomstandigheden binnen bedrijven en productieprocessen teweeg gebracht.

Het zoeken naar een nieuw evenwicht tussen economische groei en sociale rechtvaardigheid, met waardig werk als middelpunt,  is aldus vandaag één van de grote uitdagingen voor de internationale gemeenschap.

 

Arbeid en de Verenigde Naties.

Het VN-systeem speelt een aanzienlijke rol in de erkenning en bescherming van de fundamentele rechten verbonden aan arbeid.  Zowel in het VN-Handvest, als in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in verscheidene VN-overeenkomsten inzake economisch en sociaal beleid worden die rechten beschouwd als essentiële mensenrechten.  Er bestaan ook een aantal VN-instrumenten en -procedures om de praktijk en prestaties van de lidstaten te analyseren en te beoordelen.

De meest gespecialiseerde VN-organisatie rond het thema arbeid is de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).  De IAO is het oudste lid van de VN-familie; ouder dan de VN-organisatie zelf.  Opgericht in 1919 onder de rampzalige gevolgen van WOI, moest de IAO een antwoord bieden aan de schrijnende nood aan internationale samenwerking voor sociale hervorming in de wereld.  Het resulteerde in het ontstaan van een organisatie die uniek was – en nog steeds is – op internationaal vlak: de IAO heeft een drieledige samenstelling en werking waarbij regeringen, vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties samen en op gelijke voet deelnemen aan de besluitvorming.

 

 

Hoofdkwartier van IAO  (Internationale Arbeidsorganisatie)  -   UN Photo Jean-Marc Ferré

De IAO heeft als voornaamste taak het uitvaardigen – en het controleren van de effectieve toepassing – van internationale verdragen die minimumnormen en richtlijnen op wereldvlak vastleggen inzake een waaier van thema’s betreffende arbeid (bvb. minimum arbeidsvoorwaarden; fundamentele rechten van werknemers; arbeidsadministratie; sociaal overleg; enzovoort). De IAO lidstaten zijn vrij deze verdragen al dan niet te bekrachtigen, maar eenmaal ondertekend moeten ze in de nationale arbeidswetgeving opgenomen worden. In totaal heeft de IAO tot nu toe 189 verdragen uitgevaardigd; België heeft er daarvan momenteel 105 bekrachtigd.

Eén van de meest gekende actieprogramma’s van de IAO is haar wereldcampagne voor “waardig werk”.  Waardig werk, in de IAO-terminologie, staat voor het bevorderen van gelijke kansen voor vrouwen en mannen voor het bekomen van waardig en productief werk, dat een degelijk inkomen verzekert, onder voorwaarden van vrijheid, rechtvaardigheid, zekerheid en menselijke waardigheid. Een historische uitspraak, vastgelegd in het IAO-Handvest, zegt “Arbeid is geen koopwaar”; een stelling die ook vandaag nog haar belang zeker niet verloren heeft.

De IAO publiceert verscheidene jaarverslagen die een aantal aspecten van het thema arbeid in de wereld diepgaand belichten. Enkele interessante voorbeelden zijn:

- World of Work Report

- Global Wage Report

- World Social Protection Report

- World Employment and Social Outlook Report (the Changing Nature of Jobs)

- World Report on Child Labour

 

Enkele andere recente publicaties:

- The European Social Model in Crisis: Is Europe losing its Soul? (April 2015)

- An Employment-oriented Investment Strategy for Europe (January 2015)

 

Al deze publicaties zijn online verkrijgbaar via de ILO website.

 

 

 

Andere VN-organisaties en agentschappen die aspecten van het thema arbeid behandelen:

* UNICEF – VN-Kinderfonds (i.v.m. kinderarbeid)

* WHO – Wereldgezondheidsorganisatie (i.v.m. veiligheid en gezondheid op het werk)

* UNEP – VN-Milieuprogramma (i.v.m. « green jobs in the green economy »)

* IOM – Internationale Organisatie voor Migratie (i.v.m. arbeidsmigratie)

* UNESCO – (i.v.m. beroepsopleiding)

* UNAIDS – (i.v.m. HIV/AIDS op de werkplaats)

* UNDP – VN-Ontwikkelingsprogramma (i.v.m. ondersteuningsprogramma’s in ontwikkelingslanden)

 

Met dank aan Eddy Laurijssen, voormalig directeur bij het ILO

 

Leerplandoelen Lager onderwijs – Wereldoriëntatie

Sociaal-economische verschijnselen

De leerlingen

4.1

kunnen illustreren dat verschillende vormen van arbeid verschillend toegankelijk zijn voor mannen en vrouwen en verschillend gewaardeerd worden,

4.3

kunnen met een zelf gekozen voorbeeld het nut en het belang aangeven van een collectieve               voorziening, waarvoor de overheid zorg draagt.

 

Sociaal-culturele verschijnselen

De leerlingen

4.15

kunnen illustreren op welke wijze internationale organisaties ernaar streven om het welzijn en/of de vrede in de wereld te bevorderen.

 

VOET Secundair onderwijs

De leerlingen ….

Context 5: Politiek-juridische samenleving

12

tonen het belang aan van internationale organisaties en instellingen;

13

geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.

 

Context 6: Socio-economische samenleving

5

geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten;

6

geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden;

8

geven kenmerken, mogelijke oorzaken en gevolgen van armoede aan;

9

lichten de rol toe van ondernemingen, werkgevers- en werknemersorganisaties in een nationale en internationale context.

 

Relevante links

- Federale Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal Overleg: www.werk.belgie.be

- Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV): www.acv-online.be

- Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) : www.abvv.be

- Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) : www.aclvb.be

- Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) : www.vbo-feb.be  

- Vlaamse Overheid – Beleidsdomein Werk en Sociale Economie:  www.vlaanderen.be

- EU – DG Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie: www.ec.europa.eu/social

- Internationale Arbeidsorganisatie (IAO): www.ilo.org  & www.ilo.org/brussels

- Internationaal Verbond van Vakverenigingen (IVV) : www.ituc-csi.org

- Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV): www.etuc.org

 

Videomateriaal

 

 

Official ILO - video